5-7-5

Schrijven

Advertisements

Boete

France-40

Wanneer leer ik het nu eens? Eerst kijken of er politie in de buurt is. Zo niet, dan pas de gewenste overtreding begaan. Negentig euro lichter vraag ik me af op welk moment de agent besluit me de boete te geven in plaats van slechts een waarschuwing. Het lijkt me het beste dit niet te vragen. Hij voldoet volledig aan het clichébeeld van een motoragent. Wat een vrolijk vies verhaaltje uitsluit, als ik de waarheid geen geweld wil aandoen.

Zijn collega blijft op gepaste afstand staan. Nederlandse vrouwen in cabrio’s zijn eng. Ook hij is niet het type ‘hete fantasie op wielen’. Spijtig, mijn hersenen zullen aan de bak moeten om het verlies goed te maken.

De agent wijst me de weg die ik verloor. Dom hem te geloven; ik rijd weer verkeerd. Mijn eigenwijsheid zat stel ik de navigatie in, die me een volstrekt andere kant op dirigeert. Klotepolitie. In een doods dorpje eet ik op een bankje mijn lunch. Blij met mijn gezellige gele kampeervorkje in de tabouleh prikken, doen alsof ik niet stikchagrijnig ben. Lukt me verdacht goed, na de lunch kar ik rustigjes en gekalmeerd terug naar mijn auberge. Koude douche, fris achter de laptop in de tuin. Drankje erbij, stukje belachelijk vette kaas uit de regio. Was er iets gebeurd vandaag?

Lui hang ik in de tuin, de hond van het etablissement naast me. Mag eigenlijk ook niet, maar hoera. Hier voldoet een eenvoudige waarschuwing. Zijn het zijn lieve bruine ogen? Het beest kuiert weg. Een duif koert ergens in een boom. Ik stel me voor dat hij dik en grijs is, alhoewel een wit duifje hier beter op zijn plek zou zijn. Blijft het land van de liefde, daar horen bepaalde wezens bij.

De agent keert terug in mijn gedachten. Stoer, dit keer. Een gespierde man, dat zie je door het motorpak heen. Twee vlammende ogen achter het vizier van zijn helm. Ik val haast flauw als hij zijn helm afdoet. Voor mij staat de mooiste man die ik ooit zag met het sufste beroep dat ik ken. In onverstaanbaar Frans legt hij me iets uit, woest gebarend naar de weg en mijn auto. Ik neem aan dat hij me duidelijk wil maken wat het verbodsbord me eenvoudiger vertelde. Ik knipper met mijn groene ogen. Helaas ben ik de leeftijd voorbij dat ik hiermee wegkwam. Een likje langs mijn lippen dan? Wat geklungel met mijn haar? Hij lacht. Slik. Godhemel, ik word toch niet rood?

Hij loopt naar zijn collega, die de boel vanaf een afstandje bekijkt. Die grijnst, steekt zijn duim op en vertrekt. Oh.

Mijn agent komt naar me toe. Steekt zijn hand uit en zegt: ‘Alain.’ Heus. Ik verzin het niet. Verdacht zachte hand, voel ik bij mijn: ‘Anna.’ Hij houdt mijn hand stevig vast en trekt me mee naar zijn motor. Deze magische man tovert een helm tevoorschijn, die hij me geeft. Uhm, maar mijn auto dan? Ik kan toch net zo goed achter hem aanrijden naar het bureau. Of naar de pinautomaat om de boete uit de muur te halen? Ik vraag het hem niet. Ik heb mezelf voorgenomen deze vakantie geen vragen te stellen.

‘Ze keys,’ zegt hij. Vanzelfsprekend met sonoor stemgeluid. De lekkerste man ter wereld zou nooit krassen als een kraai. Sleutels? Ah, mijn autosleutels.

‘No.’ Afblijven, denk ik. Men moet zich niet alles kunnen veroorloven. Ik haal mijn tas uit de wagen. Hij zet zijn helm op, gooit zijn goddelijk been over het apparaat en nodigt me met een klopje uit achterop plaats te nemen. Ik ga zitten. Mijn verstand haat me.

Ik duw mijn lijf tegen hem aan en sla mijn arm om hem heen. Ondanks het pak voel ik wie hij is. Every inch a man, alhoewel de Fransen dat vast anders zeggen. Hij start de motor. Diep grommend en met ongekende kracht stuift het ding weg. Ik klem me met armen en benen aan mijn nieuwe held vast. Warme wind langs mijn huid, mijn jurkje wappert olijk mee alsof het tevreden is met de verandering van spijs. Eén hand leg ik op zijn been. Hij laat me zijn spier voelen. Hoe fijn, de man is een uitslover. Lekkere energie, geen getrut.

Hij slaat bij een klein weggetje af. Dit lijkt me niet de route naar een kantoor, maar bon. Ik laat me graag verrassen door Alain. De weg kronkelt omhoog, de bergen in. Soepel bewegen onze lichamen mee met het ritme van de bochten. Hoger gaan we, verder van de bewoonde wereld, in een sprookje dat blijkt te bestaan.

Bij een diepblauw meer stopt hij. De fameuze grazige bergweiden aan beide kanten, vol levensvreugde, Sound of Music en andere plezierige associaties. Hij doet zijn helm af. Is hij met de hoogte nog mooier geworden of heb ik last van zuurstoftekort en bijbehorende hallucinaties? Hoe handig dat mijn helm verbergt dat ik hem aangaap. Of liever gezegd aankwijl, als dat een werkwoord was.

Hij maakt weer wat woeste gebaren. Dit keer wijzend op het meer, op mij en op zichzelf. Juist. Ter verdere illustratie van het bedoelde begint hij zijn pak uit te trekken. Een buitengewoon vanzelfsprekende en volkomen logische gang van zaken, zo op deze willekeurige vakantiedag. Ik kwijl nog steeds in mijn helm. Best vies inmiddels, dus ik zet het natte ding af. Mijn ogen blijven aan zijn heerlijke lijf plakken. Wat een man, wat een zalige geweldige prachtige man. Hij ziet mijn blik. Hij weet welk effect hij heeft. Langzaam buigt hij naar me toe en pakt me bij mijn middel. Zijn handen bewegen omhoog. Hij trekt mijn jurkje uit. Hij fluit tussen zijn tanden. Heel goed dat ik te allen tijde onfatsoenlijk ondergoed draag. Je weet nooit wie je nu weer uitkleedt.

Hij tilt me op, gooit me over zijn schouder en loopt naar het meer. Met een Olympische zwaai werpt hij me in het water. En ja, zoals dat gaat kom ik proestend boven. Net op tijd om te zien dat hij zijn boxer uittrekt. Ik ben getuige van een wereldwonder. ’s Mans lid is een kunstwerk. Onbestaanbaar. Leden zijn afzichtelijk, toch?

Mijn ondergoed heeft hem goed gedaan. Erect zonder banaal te zijn, aangenaam verwachtingsvol. Alain springt in het water. Hij zwemt naar me toe en pakt me weer vast. Ik klem mijn benen om zijn middel en grijp met mijn handen zijn haren vast.

‘Anna’, zegt hij hees. Ik onderdruk de neiging zwoel ‘Alain’ te zeggen. Hij kijkt me vragend aan. Ik knik. Hij lacht. Hij…hij…is zo… Hij zoent me, zacht en lang, zoet en spectaculair. Mijn ogen verraden mijn lust. Hij ziet het gebeuren, hij mag het zien. Voor hem geen geheimen, hij mag alles. Ik zie zijn antwoord, ik voel zijn antwoord. Zijn lid heeft geen last van het ijskoude water. Ik had van deze koning niet anders verwacht.

Zijn hand verdwijnt in het water. Hij voelt mijn hitte. Hij gromt. Ik zet mijn nagels in zijn rug en zoen hem. Overdonderend en weergaloos, zo kan het dus ook.

De zon verlicht door het water onze lijven. Zijn gladde torso verandert in goud.

Hij duwt me kopje onder. Ik pak hem bij zijn benen en trek hem naar beneden. Onder water vinden onze lippen elkaar weer. Gulzig, te gulzig. Happend naar adem komen we boven. Een moment van eeuwig geluk. Hij laat me los en zwemt weg. Ik ga achter hem aan. Het water is verrukkelijk. Prikkelend koud, het moet smeltwater uit de bergen zijn. In de verte hoor ik koebellen.

Ik kijk naar mijn mooie man. Hij ziet me. Hij komt naar me toe. We zoenen. We blijven zoenen. Watertrappelend, wel te verstaan. Voordat het gebrek aan lucht irritant wordt, zwemmen we naar de kant. Hij helpt me het water uit. Druipend sta ik voor hem. Hij trekt mijn natte BH uit. Zijn vingers haken in mijn string. Hij trekt deze voorzichtig naar beneden, klaar om op te houden als ik het niet wil. Een heer.

Hij legt zijn witte T-shirt in het gras neer. Ik lach. Veel te klein voor ons beiden. Hij gaat ernaast zitten. Ik buig voorover en zoen hem. Hij pakt mijn borsten. Die zalige zachte handen zijn ervoor gemaakt. Hij streelt me, masseert me, speelt met mijn tepels. Ik ga op mijn knieën voor hem zitten, mijn benen licht gespreid. Ik wil dat hij mijn vocht ziet, ik wil dat hij me ruikt. Hij reageert direct. Ik lik de druppel van zijn majestueuze penis. Hij kreunt. Mijn mond verkent hem verder. Zachte huid, harde man, zoete lippen, zilte pik. Een feest voor de zintuigen, dat is hij.

Zijn adem wordt langer en dieper. Nog even en hij komt klaar. Wil ik dat nu al? Mwah, ja, prima wel. Een laatste zetje. Kreunend trekt hij samen in mijn mond. Zilter dan zilte warmte, een royale hoeveelheid. Ik grinnik. Een vent, ik hou ervan.

Hij kijkt me loom aan. Hij gaat liggen. Nog even en zijn ogen vallen dicht. Ik vlij me naast hem, mijn hoofd op zijn borst. Hij snurkt licht. Yep, die slaapt. Straks gaat hij mij verwennen, ik weet het zeker.

Of…is dit mijn kans? Ik blijf nog even liggen, sta dan op en trek kalm mijn jurkje aan. De sleutel van zijn motor haal ik uit zijn broekzak. Stilletjes ga ik op zijn gemotoriseerde monster zitten. Helm op. Hopen dat hij in één keer start. Ja!

Voordat hij wakker is, ben ik weg. Mijn ondergoed mag hij houden. Indertijd in de aanbieding gescoord voor negentig euro.

De huwelijksnacht van Afrodite en Hephaistos

NaaktGroot

‘Ja, ik wil.’ Het is een wonder dat ik het uit mijn strot krijg. Ik wil helemaal niet. Ik moet. Zijn ogen vreten me op. Hij heeft de hoofdprijs in de wacht gesleept. Hij is net getrouwd met het lekkerste wijf van de Olympus.

Ik drink veel champagne, zogenaamd op ons geluk. Doorgaans word ik hitsig van champagne. Vanavond sta ik voor een grote uitdaging. Ik kijk naar mijn kersverse echtgenoot. Hij is mismaakt. Niet gewoon lelijk, was dat maar waar. Dan was het zak erover en gaan. Voor de lieve vrede heb ik heus wat over, maar dit gaat te ver. Veel te ver… Hij is spuuglelijk. Hij heeft een rotkop en een walgelijk verwrongen lijf.

Zeus met zijn nare ideetjes heeft het bekokstoofd. Toen hij doorhad dat zijn mannen erg zenuwachtig van mij werden, vreesde hij oorlog. Ik moest onschadelijk worden gemaakt. En wat is er nu beter dan een gevaarlijke vrouw te laten trouwen met een gnoom? Juist, niets. Vandaar mijn huwelijk met Hephaistos, de god van de smederij en het metaal.

Hij schokschuift naar mij toe. Anders kan ik het niet omschrijven. Het is geen lopen, het is zelfs geen strompelen. Het is zo uniek, dat er nog geen woord voor bestaat. Hij pakt het glas uit mijn hand en wenkt naar het trapgat. Hij is een man van weinig woorden. Heupwiegend schrijd ik voor hem uit. Een sadistisch genoegen maakt zich van mij meester. Heerlijk dat ik wel kan lopen, ik zal het hem eens goed onder zijn afzichtelijke neus wrijven. Hij snuift achter me aan. Griezel.

Onderaan de trap tilt hij me op. Hij opent een deur. Wat raar dat onze slaapkamer in de kelder is. Hij draagt me over de drempel de duisternis in. Hij bezit de nodige zelfkennis. Ik zie vrijwel niets. De resterende zintuigen worden op scherp gezet. Een zuchtje wind strijkt over mijn huid, er moet een raam openstaan. Er hangt een geur die ik niet thuis kan brengen. Is het zijn adem? Hij zet mij tegen een zachte muur. Hij pakt mijn linkerarm en tilt deze rustig op. Voordat ik doorheb wat hij van plan is, hoor ik een klik. Het staal om mijn pols is koud. Mijn rechterhand probeert hem te slaan, maar soepel onderschept hij me. Ziet hij meer dan ik? Klik. Hij geeft me een duw tegen mijn knie. Ik zet mijn voeten uit elkaar om mijn evenwicht te bewaren. Klik. Klik. Zijn ruwe hand strijkt over mijn wang langs mijn hals naar mijn nek. Die grijpt hij vast. Ik voel zijn adem in mijn gezicht. Heel kort raken zijn lippen de mijne. Hij gromkreunt en laat me los. Hij hobbelt weg. Hij heeft nog steeds niets gezegd.

In de verte gloeit er wat. Ik ruik brandend hout, vonken vliegen op. Hij staat bij zijn vuur. Gaat hij op dit tijdstip werken? Heeft hij een spoedorder van een van de goden binnen gekregen om wapens te smeden? En ik dan, hij kan me hier toch niet zomaar vastgebonden laten staan? Mooie huwelijksnacht is dit. De gloed verlicht zijn terugkomst. Tevreden kijkt hij me aan, hij staat net iets te dicht bij me. Met één snelle ruk trekt hij mijn jurk van mijn lijf. Onbeschermd sta ik voor hem. Ik kijk uitdagend terug. Ik zie dat hij zwaar onder de indruk is en hoop dat mijn schoonheid hem verlamt. Hij hergrijpt mijn nek, trekt mijn hoofd naar zich toe. Zijn ogen smeulen. Hij zoent hij me hongerig en hard. Gulzig bijt hij op mijn lippen. Hij duwt zich tegen me aan, is allerminst verlamd. Zijn ene hand blijft stevig in mijn nek liggen, ik kan geen kant op. Met de andere ritst hij zijn broek open. Man van staal, keihard en groot. Zijn piercing schittert. Hij speelt goedkeurend met zichzelf, lijkt mij te willen tonen dat hij een echte man is. Ik wil het niet en toch reageert mijn lijf. Hij glijdt met zijn piercing langs mij, het sieraad glimt van mijn vocht. Hij laat los. Hij gaat weg. Niet weer.

Ik hoor gesis, ik zie damp. Staal dat afkoelt in het water. Dus hij is toch aan het werk. Wat een ongelofelijke barbaar. Ik rammel witheet van woede aan mijn handboeien. Dat ik me net heb laten gaan, walgelijk gewoon. Ik wil schreeuwen en hem verrot schelden, maar mijn keel lijkt dichtgeknepen. Hij neemt zijn tijd, geen idee wat hij aan het doen is. Als ik koud ben, komt hij terug. Haat flikkert in mijn ogen, spottend kijkt hij me aan. Hij is nog net zo opgewonden en groot. Een siddering trekt langs mijn ruggengraat naar boven.

Vaardig pakt hij tussen duim en wijsvinger mijn tepel. Hij masseert bruut en onbeschaafd. Het bloed klopt. In zijn andere hand glinstert er iets. Hij vangt mijn blik. Zie ik zijn ogen zacht worden? Een korte, snijdende pijn schiet door mijn tepel. Wát. Er komt nog steeds geen enkel geluid uit mijn keel. Zijn tong danst verkoelend om de piercing die hij zojuist heeft gezet. Zijn mond verplaatst naar mijn andere borst. Tanden doen wat vingers deden. Ik weet wat er komen gaat. Ik probeer rustig te ademen om me voor de bereiden op de scherpe steek. Hij stopt en beweegt naar het vuur. Het zal toch niet waar zijn. Ik mag hopen dat hij net beide juwelen gemaakt heeft, hij was lang genoeg bezig. Bovendien beginnen mijn armen pijn te doen van de boeien. Zou hij de hele nacht willen doorgaan? Na onze vermoeiende dag? Ik wil slapen en ben het helemaal zat. Mijn man is een onbeschrijfelijke bruut, een ongevoelige klootzak. Dit heb ik niet verdiend. Ik kan er niets aan doen dat ik mooi ben. Ik wil niet gestraft worden door die stomme Zeus. Kwaad sta ik te stampvoeten. Hij komt op het geluid af en heft zijn hand op. Ik wil ineen duiken om zijn klap te vermijden. De boeien staan het me niet toe. Sneller dan ik denken kan, heeft hij hij me losgemaakt. Hij gooit me over zijn schouder, schokschuift naar zijn reusachtig aambeeld en gooit me er nonchalant op. Dit is zijn domein, hij is hier heer en meester. Hij zet me klem met zijn misvormde been. Bizar dat dat lelijke lijf zo lenig is. Hij laat me de tweede piercing zien. Mijn lijf zet zich schrap. Hij pakt een knijpertje van zijn werktafel en zet deze op mijn tepel. Hij zoent me opnieuw. Hij lijkt gehaaster dit keer, ongeduldig proeft zijn mond de mijne. Hij streelt ondertussen de binnenkant van mijn dijen, naar boven, hoger, hoger. Zijn ruwe duim verkent mijn tere vlees. Hij voelt wat er met me gebeurt. Hij kijkt me aan. Ik doe te laat mijn ogen dicht, hij heeft ook gezien wat er met me gebeurt. Het windt hem enorm op. Hij duwt twee vingers in mij, beweegt snel in me, verwent me. Houdt me steviger vast en voert het tempo op. Ik adem diep in en uit om het zalige gevoel te versterken. Als ik het niet meer onder controle heb, verandert hij het ritme.

Nee! Niet nu. Ga door, ga alsjeblieft door. Mijn hand grijpt zijn pols. Duister kijkt hij me aan. Tergend traag haalt hij zijn hand weg en kijkt naar de mijne die hem omklemt. Hij schudt zijn hoofd en kijkt naar muur met de handboeien. Kijkt maar mij. Kijkt naar de muur. Likt langs zijn lippen. Streelt zijn piercing, die vochtig is van zijn opwinding. Ik kan mijn ogen niet van zijn staalharde roede afhouden. Hij ziet het, hij doet het erom. Hij buigt voorover, kust me diep en vol lust. Ik kreun hard. Hij haalt het knijpertje van mijn tepel. Pijn is lekker. In een vakkundige beweging plaatst hij de piercing. Pijn is heerlijk. Hij houdt mijn beide borsten vast, is overduidelijk trots op zijn creatie. Mijn blik volgt de zijne. Er schitteren twee prachtige sieraden in de vorm van een H. Wil hij me duidelijk maken dat ik hem toebehoor? Zoals een koe een oormerk krijgt? Mijn bloed kookt, mijn ogen schieten vuur. Ik draai me van hem af, wil hier weg. Niemand maar dan ook echt helemaal niemand mag me zo behandelen.

Met een soepele beweging ligt hij naast me op het aambeeld. Hoe doet hij dat toch? Een dwingende hand pakt mijn kaak. Hij keert mijn hoofd naar de zijne. Een rauwe kus is mijn beloning. Ik wil het niet. Hij gaat te snel. Ik sla, ik schop, ik krab, ik bijt. Ik proef bloed. Hij heeft me vast in zijn ijzeren greep, ik heb de smaak van metaal in mijn mond. De grenzen vervagen en ik word zijn godin op het aambeeld. En dan pas snap ik het. Ik ben niet willoos overgeleverd aan de goden. Ik ben Afrodite, godin van alles wat er echt toe doet. Als er aanbeden moet worden, dan zal men mij moeten aanbidden. De lekkerste, de mooiste en de geilste. Goed geprobeerd, maar met mij valt niet te spotten. Ik ben niet geboren voor het aanrecht, ik ben geboren voor het spel van de liefde.

Hij voelt de verandering, hij schrikt van mijn kracht. Even verslapt zijn greep. Jammer, joh, mijn moment om de rollen om te draaien. Mijn hand in zijn haar, ik trek zijn hoofd naar achteren. Kijk me aan. Ik hoef het hem niet te vertellen. We zien elkaar voor het eerst. Mijn man, zijn vrouw. In zijn ogen trekt de wereld voorbij. Ik toon hem mijn ziel. Hij opent zijn hart, kijkt me lang en liefdevol aan. Het ritme van onze adem danst over het aambeeld, elke zucht versterkt de connectie. Zijn hand glijdt voorzichtig over mijn lichaam alsof hij me niet eerder voelde. Nieuwsgierig langs mijn dijen omhoog, zijn werkmanshanden tintelen tevreden over mijn warme huid. Hij verraadt zijn meesterschap, bewerkt me als een kostbaar kleinood. Zijn vingers glijden langs mijn vochtige lippen, eventjes duwt hij twee vingers bij mij naar binnen. Hij tilt mijn hoofd op en streelt met beide natte vingers over mijn mond. Zilte hitte. Tevreden keert zijn hand terug naar het vuur. Magisch masserend, diep in mij, hij heft zich op, heeft zo meer grip. Hij versnelt, hij vertraagt. Hij zoent me, hij kijkt me aan. Hij laat me niet los. Hij is zo vaardig, hij is onverwacht goddelijk. Hij gromt, hij spoort me aan. Ik smelt, daar ga ik. Oef, ja, daar ga ik. Golven van genot maken ons aambeeld nat en natter.

Hij richt zich op, lijkt iets te pakken. Wat nu weer? Heb ik me toch in hem vergist? Zijn lach stelt me gerust. Met geoefend gebaar schuift hij een kostbare cockring om. Het effect is uiterst indrukwekkend. Mijn bloed jubelt, kolkt, verlangt. Nu, hier, alles in me wil het. Ter plekke, zonder uitstel. Hard, genadeloos, direct. Kom, alsjeblieft, grijp me, neem me, naai me. Onuitstaanbaar traag richt hij zich op. Showt zijn kroonjuwelen. Goed, OK, als je het zo wilt spelen, prima. Vol bewondering kijk ik naar zijn trots. Lik langs mijn lippen, speel met mijn tepels. Duw mijn lijf tegen het zijne, mijn nagels verkennen zijn rug. Nee, niet voorzichtig, die tijd hebben we gehad. Mijn mond treft de zijne in een wellustige zoen. Mijn lippen dalen af, langs zijn nek, over zijn borst. Zijn tepels reageren op mijn tanden, met zijn handen in mijn haar dirigeert hij mijn tempo en kracht. Harder dan hij wil, het blijft een feestje te kwellen. Afdalend over zijn strakke buik, aankomend bij zijn mooiste lichaamsdeel. Net iets te gretig proeven mijn lippen hem. Hij reageert direct. Tempo aanpassen, hij verdient een kleine marteling. Ik blaas hem verkoeling toe, glij vervolgens met mijn tong verder naar beneden. Ik geniet van zijn siddering als ik zijn klokkenspel met mijn mond en handen de aandacht geef die het verdient. Zachtjes knedend, masserend likkend, hij wil meer. Een heel klein stukje verder nog, zal ik het doen? Dat geheime plekje, waar de zon niet komt? Zal ik het licht brengen? Mijn man kreunt onder mijn aanraking, alsof hij me aanspoort te doen wat ik denk. Mijn tong verkent verder en treft een ribbelig rondje. Lichtjes cirkeltjes maken. Hij houdt kort zijn adem in. Mooi, dit ben je dus niet gewend. Heb je vast altijd al gewild, maar nooit de juiste vrouw getroffen. Mijn vingers masseren het gevoelige gebied terwijl mijn tong strenger wordt. Hij kantelt zijn heup om me meer ruimte te geven. Hij wil heel graag. Ik steek mijn vinger in mijn mond om deze vochtig te maken. Hij voelt wat ik doe, verlangt naar het onbekende. Een lichte druk, weerstand om te overwinnen. Hij aarzelt, ik hoor het aan zijn hijgen. Ontspan je maar, dan gaat het zoveel makkelijker. Ik grijns over zijn ongemak. Laat je gaan, ik weet wat ik doe. Ik voel zijn vertrouwen groeien. Het moment om dat extra duwtje te geven om bij hem binnen te dringen. Hij schreeuwt, pijn en genot mengen zich als in een zinderend huwelijk. Iets dieper nog, daarheen, naar dat ene plekje. Mijn mond verwent zijn indrukwekkende zwaard, mijn andere hand omvat zijn gevest. Ik voer hem naar hoogten waarvan hij het bestaan niet heeft vermoed, maar laat hem de top niet bereiken. Col na col beklimt hij, stijgen en dalen, een afmattende rit.

Uiteindelijk stop ik, ga naast hem liggen en kijk hem aan. Hij ziet mijn liefhebbende spot. Ik aai zijn bezwete lichaam, mijn nagels strelen zijn doorbloede huid. Hij komt overeind. Pakt me zachtjes in mijn nek, kust me. Ik hoor het gerinkel van ijsblokjes. Wow, hij heeft een fles champagne koud staan. Aan alles gedacht, voor deze bijzondere nacht. Soepel ontkurkt hij de fles. Man van de wereld, hier en nu voor mij. Met een stoer gebaar neemt hij een slok uit de fles. Eens een barbaar, altijd een barbaar, denk ik met enige vertedering. Hij buigt naar me toe en champagne-zoent me. Gulzig drink ik uit zijn mond. Hij neemt nog een slok. Laten wij voor altijd zo drinken, delend, begerig, samen. Ik pak de fles. Ik neem een te grote slok, die ik knoeiend met hem deel. De drank verhit ons en verkoelt mijn borsten. Ik giet er meer overheen. Onstuimig likt hij ze schoon. Hij pakt de fles en zet deze naast ons neer. Zijn ogen strelen mijn lijf, zijn mond kust elke centimeter huid. Zijn handen pakken mijn heupen. Hij tilt me op en zijn mond vindt de weg naar mijn zoetste deel, alsof hij nog aan de champagne zit. Ik bubbel, ik bruis, ik spuit. Ik trek hem aan zijn haren omhoog. Ik proef mezelf, als ik zijn mond aflik. Hij verheft zich boven mij, steunend op zijn ellebogen. Hij duwt mijn knieën uit elkaar en streelt mijn knop met zijn piercing. Die man beheerst zijn lid, wat een koning. Mijn hielen drukken tegen zijn billen en met een ferme zet duw ik hem in mij. Zijn gloeiend zwaard in mijn zachte schede, de strijd lijkt gestreden. Met zijn meesterlijk ritme neemt hij me, vormt hij me, laat me sissen en sidderen. Hij stoot, hij gromt, hij duwt. Harder en harder, grijpt me in mijn nek en hijgt in mijn oor. Hij versnelt, hij wil me. Hij wil me nu. Door een soepele, krachtige beweging van mijn heupen ligt hij ineens onder me. Ik zit op hem. Ik kijk hem uitdagend aan. Mijn handen kneden mijn borsten. Ik beweeg verlekkerd op en neer, knijp mijn spieren samen om hem te masseren. Hij vult me met een diep, pijnlijk genot. Ik pak zijn hand en leid deze naar mijn verborgen plek van plezier. Hij vingert me op het ritme van mijn beweging. Ik weet dat hij zichzelf nu kan voelen, een heerlijk opwindend idee. Hij pakt me, ik berijd hem. Eén zinderende, stampende, dampende, pompende, glijdende beweging. Ik voel dat hij nog harder wordt. Laat hem doorgaan, laat hem eeuwig doorgaan. Laat hem mij altijd nemen, hard, meedogenloos. Ik heb dit nodig. Ik heb dit zo keihard nodig.

‘Ga alsjeblieft door,’ smeek ik zachtjes. ‘Grijp me, neem me, neem me alsjeblieft.’ Mijn woorden duwen hem en mij over het randje. Met een schreeuw komen we samen vonkenspattend klaar. Ik kijk hem uiterst bevredigd aan en zeg: ‘Ja, ik wil.’

De Week van Anna

Een verhaal ingezonden voor een verhalenwedstrijd rond de publicatie van De Week van Christine Pannebakker. Voordeel van niet winnen: publiceren op mijn blog 😉

The angels sex - Patrick Boussignac

Het heeft mijn secretaresse weken gekost. Het heeft haar slapeloze nachten bezorgd. En het is gelukt. Tegen mijn verwachting in heeft ze bijna iedereen opgespoord. Met het geduld van een engel en de redenaarskunsten van de duivel heeft ze hen zo ver gekregen mij te ontmoeten. Op een vast tijdstip, de duur is afhankelijk van mijn beoordeling. Plaats van handeling: mijn luxe jacht in de Middellandse Zee. Aantal afspraken: 43. Maximale lengte van het totale experiment: een week. Slechts zeven dagen heb ik om in volledige vrijheid en bij mijn volle verstand een keuze te maken.

Maanden eerder had ik het onwaarschijnlijke nieuws gehoord. Ze gaven me nog een jaar. Ik, die altijd jonger werd geschat. Ik, die dus nooit oud word. Au.

In de tijd tussen toen en nu heb ik getraind om mezelf alles te geven wat mogelijk is. Ik lijk fysiek sterker dan ooit, leniger ook. Zo jammer dat de dood mij opvreet.

Ik hoor de helikopter naderen. Mijn eerste bezoeker, de man bij wie het allemaal begon. Is hij nog steeds zo gemakkelijk te verleiden? Of houdt zijn trouwring hem tegen? Natuurlijk niet. Slechts mijn herinnering maakt deze ontmoeting de moeite waard voor me. Brett vertrekt meer dan op tijd met een voldane glimlach op zijn gezicht. Goed getimed kreunen redt ego’s. Dag één vliegt teleurstellend voorbij. Waren dit de mannen met wie ik ooit…op wie ik ooit…bij wie ik ooit?

Dag twee eindigt niet veel beter. Zes mannen. Vijf laten zich verleiden. Eentje snapt hoe mijn lijf functioneert. Och, heet dit vrijheid?

Ik app mijn secretaresse en deel mijn twijfel. Is de wens niet mooier dan de werkelijkheid? Wat denk ik te vinden? Ze roept me tot de orde. ‘Zie het als kaarsjes op je verjaardagstaart. Voor elk levensjaar één. En jij mag ze uitblazen…’

Als ik de dagen en de tel kwijt ben, gebeurt het. Een man roeit naar mijn jacht. Hij wordt aan boord geholpen. Willem. Onmiskenbaar Willem die niet in mijn agenda staat en er wel is. Hij zegt niets, pakt me vast en zoent me zoals alleen hij dat kan. Tegen mijn gewoonte in sluit ik mijn ogen en ben terug in zijn studentenkamer aan de Hogeweg in Amsterdam. Voor altijd zoenen met kunstenaar Willem, die een portret met wellustige lippen van me schildert. Het matrasje op de grond, de vanzelfsprekendheid van onze naakte lichamen. Grenzeloos samen en geen relatie. Het kan niet uit gaan, omdat het niet aan is. En toch stopt het.

Een kussen op het dek voldoet als nieuw matrasje. Voorzichtig legt hij me neer en kleedt me uit. Zijn blik streelt me als hij zijn broek uittrekt. Hij bemint me alsof hij nooit weg is geweest, zijn gespierde lijf past als geen ander bij het mijne. Is hij de zielsverwant die ik nooit vond of een fantasie die ik najaag? Nog één zoen en dan is het klaar. Met mijn tanden breek ik een cyaankali-pilletje. Mijn laatste week eindigt in de armen van Willem. Eindelijk vrij.

 

De onthullingen van Helena (VI)

Passion

Vervolg op onthullingen I – V

                     ‘Help.’ Ja, ik wist het zeker. Ik hoorde Theseus, ver weg en toch overduidelijk. Ik keek naar Hermes, die zijn tuniek recht schoof en zijn hand afveegde aan een satijnen servet. Getver. Kon ik eigenlijk wel op hem rekenen? Hij knikte. Blijkbaar kon hij gedachten lezen. Gevaarlijk.
‘Is het al zo laat? Dan is Hades bijna thuis.’ Persephone sprong op en rende naakt de kamer uit. ‘Snel, een bad. Maak het bad gereed.’ Gehaaste passen van haar slaven en kort daarna een stevige bons op de deur.
‘Persje, liefje, waar ben je? De baas heeft zin in je.’ Mijn nekharen stonden acuut overeind. ‘Poesje, je bent toch niet vergeten wat voor dag het vandaag is?’ Dreigend en dwingend klonk hij, de grote god van de onderwereld. Hermes gebaarde me stil te zijn. Alsof ik de neiging zou hebben om keihard ‘Joehoe, Hades, wat een lekker wijf is je vrouwtje’ te roepen. Werkelijk.
‘Haad, kom binnen. Ik ben me aan het klaarmaken voor je en wilde net een bad nemen.’ Het kwam er onderdanig uit.
‘Jij slet. Midden op de dag een bad…’ We hoorden een klap, ‘AU’ en een val. ‘Zo, nu ben je waar je hoort. Op je knieën voor mij. Zuig me. Maak me hard.’ Ik wilde dit niet horen. Ik moest haar redden uit de klauwen van die monsterlijke vent. Dit mocht niet gebeuren. Ik kwam in beweging. Hermes legde zijn hand op mijn mond en schudde zijn hoofd. Hij pakte een tuniek, gooide die over mijn hoofd en mij over zijn schouder. Hij sloop de kamer uit. In het voorbijgaan zag ik Persephone gehurkt voor Hades zitten. Hij stond met zijn rug naar ons toe, benen licht gespreid. Zijn linkerhand greep in haar haren en gaf het ritme aan. Hij kreunde. Haar blik kruiste tussen zijn benen door de mijne. Afscheid voor altijd en dankbaar voor het ultieme genot. Ik hoopte dat ze begreep wat mijn ogen haar wilden zeggen. Sterkte daarnaast met die bruut. Ze las me. Liefde, leed en een ondeugende schittering in haar ogen. Ik zag nog net dat ze haar pink opstak en spottend naar zijn kruis keek.
‘En nu omdraaien. Tijd om je van achteren te nemen en je een lesje te leren.’ De botterik bulderde door het huis. Zou ze er iets van voelen?
                       We stonden buiten. Hermes zuchtte. ‘Die twee kunnen ook nooit normale seks met elkaar hebben. Altijd moet er een toneelstukje worden opgevoerd, zeker als er gasten zijn. Om beurten verzinnen ze een scène. Vooral die van hem zijn zo saai en voorspelbaar.’
‘Laat me raden. Hij is per definitie van de platte porno. Zij probeert er in elk geval nog zinderende seks van te maken.’
‘Yep. Waarin ze niet slaagt. Persephone is op haar best als ze haar mond gebruikt voor iets anders dan praten. Zoals je hebt gemerkt…’ In een reflex likte hij zijn mondhoek. Hmmm.
                    ‘Tijd om die lekkere ontvoerder van je op te sporen. Je hoorde hem?’ Hermes stelde het eerder dan dat hij het me vroeg.
‘Ik weet het bijna zeker. Toen we in de hel aankwamen en net weer. Ik zou zweren dat hij het is.’
‘Wees voorbereid op narigheid. Het resultaat van de wraak van Hades is zelden een genoeglijk schouwspel.’ Ik slikte. Ook de woorden van Persephone hadden macaber geklonken. En toch, hoe erg kon het zijn als hij nog leefde?
‘Geloof me, meisje, dat kan heel erg zijn. Zo erg dat hij wilde dat hij dood was. Wat hier niet echt uitmaakt, overigens.’ Weer moest Hermes om zichzelf lachen. Aan de boodschapper van de goden was geen cabaretier verloren gegaan. Beleefdheidshalve grinnikte ik. ‘Je hoeft niet te doen alsof. Nu ik je ken, weet ik wat je denkt.’
‘Uhm, nu je me kent?’
‘Als ik live bij het hoogtepunt van een vrouw ben geweest, dan ken ik haar. De goden verkochten het me als bonus bij mijn indiensttreding. Het leek me fantastisch.’ Hermes zweeg.
‘En nu word je langzaam gek van het stompzinnige getetter in je hoofd. Niet alleen je eigen zinloze gedachten, maar ook die van anderen. Fraai kado.’
‘Handig voor hen die alles willen weten. Zeker Afrodite klopt vaak bij me aan om me uit te horen. Niet te geloven hoe vaak zij bevestiging nodig heeft.’
‘Die je haar geeft?’
‘Mwah, afhankelijk van mijn bui. Ik heb inmiddels goed leren verzinnen, liegen en bedriegen. Ze heeft geen idee. Beter zo.’
                   Ondertussen hadden we een eind langs de Styx afgelegd. Vele beroemde en anonieme schimmen hadden we achter ons gelaten. We hadden geen glimp van hem opgevangen. Was hij een droom? Vervormde de onderwereld niet alleen het lichaam, maar ook de geest? Zelfs die van de levenden?
                  Een stem nu, tamelijk dichtbij. We vervolgden onze weg. En daar zat hij. Na een bocht in de rivier, op een rots. Mijn mond viel open.
‘Theseus…’
‘…’
‘Hoe is het met je?’ Ik vroeg het aarzelend. Hij bleef zitten op zijn rots. Lege ogen, geen herkenning. Wel lust. Altijd hetzelfde.
‘Ai, de stoel van de vergetelheid gecombineerd met de steen van immobiliteit.’ Hermes floot bewonderend. ‘Pittig strafje, Theseus. Van hero naar zero in no time. Geluk bij een ongeluk dat je er geen idee van hebt wat ik bedoel.’ Hermes was hem regelrecht aan het treiteren. Hoezo dat dan? ‘Hij heeft me ooit een loer gedraaid. Ging geloof ik over een vrouw.’ Een scheut van jaloezie. Theseus mocht geen verleden met vrouwen hebben. Ik was zijn vrouw. Alleen ik.
‘Jullie zien er verdacht levend uit,’ zei Theseus. Hij sprak! Oh, help. Mijn knieën werden week en ik was blij dat ik nog steeds over de schouder van Hermes lag. ‘Hé, chica. Wat een stoot ben jij. Kom eens wat dichterbij. Ik zou jou wel eens even lekker te grazen willen nemen.’ Ik verbleekte. Ik had zo gehoopt op een gezellig weerzien met mijn grote vlam. Hermes werd rood van zijn ingehouden lach. ‘Hahahaha, die heeft net iets teveel van Hades opgevangen.’ Fluisterend ging hij verder: ‘Speel met hem. Doe alles met hem. Maar: op afstand. Blijf uit de buurt van de rots, buiten het bereik van zijn armen. Je wilt niet op dezelfde manier eindigen.’ Hij liet mij van zijn schouder glijden.
‘Hermes, pas op me. Blijf in de buurt, je moet me beschermen.’ Hij stapte naar achteren en bleef staan. Ik besloot hem te vertrouwen.
                    Ik liep naar Theseus en ging op een platte grote steen tegenover hem zitten. Precies buiten zijn bereik, zijn vingertoppen raakten me nauwelijks.
‘Zo, wat precies had je in gedachten?’ Langzaam spreidde ik mijn benen, leunde een beetje achterover en gaf hem heel kort vol zicht op mijn walhalla. Ik sloot mijn benen. Hij ademde diep in.
‘Ik zou je keihard willen neuken.’
‘Waar?’
‘In die natte, geile kut van je.’
‘Zo. En jij denkt dat me dat opwindt?’
‘Natuurlijk word je daar heet van, slet.’ Onvervalst Hadesiaans.
‘Luister. Hoe meer je mij opwindt met woorden, hoe meer je te zien krijgt. Vergeet de taal van Hades en Persephone. Gebruik je fantasie. Verleid me.’
‘Hoe ver ga je?’
‘Zo ver als jij me brengt. Praat me naar de sterren.’ Theseus slikte. Hij ging verzitten en schoof zijn kleding iets omhoog. Zijn glorie werd gedeeltelijk zichtbaar. Ik genoot van mijn invloed.
Hij begon. ‘Stel je een zaal vol nieuwsgierige studenten voor. Als assistente van de professor sta jij naast de onderzoekstafel op het podium. Vandaag is de grote dag, het moment van de onthulling van een geheim waaraan hij jaren in stilte heeft gewerkt. Alhoewel je in veel zijn vertrouwelinge bent, weet je niet wat hij straks zal tonen. Omdat de professor op zich laat wachten, zijn alle ogen broeierig op jou gericht. Je bent bloedmooi. Je weet dat je de… de… de droom bent van minstens de helft van de zaal.’
Ik liet de tuniek van mijn schouder glijden.
‘Door de zaal klinkt de stem van de professor. Je ziet hem niet. Hij draagt je op je tuniek van jouw schouder te laten glijden. Je bent in grote verwarring, maar doet toch wat je gevraagd wordt. Je vertrouwt hem, je werkt tenslotte al zo lang met hem samen. Een gons van opwinding trekt door de zaal. Iedereen kijkt naar jouw prachtige borsten. Door de aandacht worden je tepels hard.’
Mijn hand onderzocht de samenloop van fantasie en werkelijkheid.
‘De stem verzoekt je vriendelijk om met je wijsvinger en duim lichtjes in je tepel te knijpen. Je onderdrukt een verschrikte kreet, die ook als kreun kan worden uitgelegd.’
Heel vlug dwaalden mijn ogen naar mijn tepel. Het dieprood begon paars te kleuren, ik kneep harder dan de opdracht was.
‘De professor kucht. ‘Lichtjes,’ herhaalt hij streng. Je hebt moeite om aan zijn opdracht te voldoen. ‘En ook je andere tepel.’ Je volgt zijn bevelen op. Het is heerlijk om de druk te verdelen.’
Het spel van mijn twee vingers vloeide over in de bewegingen van de hele hand. Duim en wijsvinger knepen, de andere vingers kneedden. Ik liet ze hem vol trots zien. Rechte rug, goed vooruit gestoken.
‘Je moet op de korte kant van de tafel gaan zitten, gezicht naar de zaal. Voordat de professor iets over je houding kan zeggen, strek je je rug. Je benen zakken automatisch iets uit elkaar. Stiekem hoop je dat je iets van jouw mysterie aan de zaal laat zien. Je wangen kleuren van deze schaamteloosheid.’
Ik werd warm van de gedachte dat hij mijn vochtige reactie zou zien. Langs mijn heup gleed mijn hand om de stof opzij te schuiven die het zicht belemmerde.
‘Heel goed dat je zelfs zonder mijn opdracht jouw tuniek als last ervaart. Toe maar, doe hem maar uit.’ De professor spoort je aan je schroom te laten varen. Je zakt rustig achterover om het kledingstuk makkelijker uit te doen.’
De koude harde steen ondersteunde mijn rug. Pas toen ik de stof los in mijn hand voelde, merkte ik dat het de tuniek van Persephone was. Prachtige, zachte gladde zijde. Ik streek ermee over mijn huid en streelde de binnenkant van mijn dijen. Ik keek naar hem. Zonder woorden vroeg ik hem naakt voor me te zitten. Was zijn ornaat voller dan ik mij herinnerde?
‘Uit het niets staat de professor voor je. Net buiten jouw bereik. Hij is naakt. Hij is opgewonden. Hij is enorm. Je ogen vreten hem op. Wat zou je nu graag met jouw lippen hetzelfde doen.’
Mijn keel en mond waren droog. Mijn tong probeerde iets te doen aan de vochtige onbalans en faalde jammerlijk.
‘Maak je mond nat met je opwinding.’ Hees geeft de professor je deze nieuwe opdracht. Zijn vinger veegt een druppel van zijn eigen opwinding langs zijn onderlip. Je volgt elke beweging en vergeet haast te ademen. In zijn andere hand heeft hij inmiddels zijn instrument. De verschillende bewegingen van zijn hand suggereren een experiment.’
Soepeltjes bewoog Theseus zijn hand op en neer, sneller, trager, stil houdend en weer startend. Nu eens spande hij zijn vingers extra aan, dan weer werd zijn grip iets losser. Ik dwong mijn hand het tegengestelde te doen. Ik hoopte daarmee enige controle te houden.
‘Schuif iets naar voren op de tafel. Ik kom niet dichterbij, ik reik alleen met de toppen van mijn vingers naar je. Laat toe dat ik je heel licht aanraak. Ik wil jouw vocht voelen. Ik wil jouw vocht kunnen proeven. Ik wil weten of jij net zo smaakt als ik.’ De professor klinkt hortend en stotend. Je doet wat hij je vraagt. Hij kan je enkel oppervlakkig beroeren. Je moet oppassen dat je niet van de tafel glijdt. Je wil zo graag meer. Je wil op hem zakken. Je wil hem in je voelen. Voor altijd, niets anders dan dat.’
De vingertoppen van Theseus waren onwaarschijnlijk vaardig. Ongemerkt gleden mijn heupen verder zijn kant op. Zijn vingers zonken in mij. Ze vonden precies die plek die zoet in zilt verandert. Ik werd gek van verder verlangen. Ik wilde hem. Ik wilde meer. Hij moest mij bezitten. Hij… Achter mij schraapte Hermes zijn keel. Het kon me niet meer schelen. Al moest ik altijd in de hel blijven. Als ik maar door Theseus, keer op keer op keer…
‘Kom maar, je wil het. Net zo graag als ik. We zijn het experiment voorbij.’
Experiment? Een harde alarmbel ging af in mijn hoofd. Fucking freak. Onopvallend trok ik me een beetje terug. Hij had me bijna. De vuilak. ‘Ga door,’ spoorde ik hem aan om nog even optimaal van zijn vingervlugheid te genieten. ‘Plezier jezelf. Maak jezelf nog groter, nog harder. Als ik straks op je zit, wil ik helemaal gevuld worden. Ik wil dat het pijn doet, ik wil dat je eigenlijk te groot voor me bent.’ Theseus was listig geweest, ik hoopte listiger te zijn. Ik werd bloedheet van mijn eigen aansporing. Hij ging over het randje en kwam vloekend klaar. Dat duwtje had ik nodig. Veilig, buiten zijn bereik, kwam ik zoals ik nog nooit was gekomen. Grijnzend keek ik Theseus aan en zei: ‘En de zaal geeft een staande ovatie.’

 

 

De Week van Thea

Filmpje

Dit verhaaltje schreef ik voor een verhalenwedstrijd, toen ik nog dacht dat ik 1000 woorden kon gebruiken. Het bleken er 500 te zijn. Ter ere van de release van het nieuwe boek van de onvergetelijke Christine Pannebakker. Het boek heet De Week. Een zalig boek! 

‘De morgen breekt aan!’ Thea wordt gewekt door een enthousiaste stem. Lukt het haar om binnen drie minuten buiten te zijn om aan de rituele ochtenddans deel te nemen? Vanzelfsprekend lukt dat. Ze springt uit bed, stoot haar hoofd en weet waarom ze nooit uit bed moet springen. Alleen in verhalen springen mensen uit bed. Ze bindt haar lange donkere haren samen en zet haar schooljuffen-brilletje op, geen tijd voor lenzen. Een kort hemdje en haar soepele yogabroek, teenslippers en klaar is Thea.

Net op tijd voegt ze zich in de groep en gaat voor Bas staan. Na gisteren verdient zeker hij een goed uitzicht op haar heerlijke kont. Dat verzacht vast de pijn van een verloren droom. Een bestseller-auteur zal hij nooit worden, dat weet hij nu ook. Thea besluit dat zij degene is die hem duidelijk gaat maken dat hij ook nooit een auteur wordt. Zelfs geen slechte. Ze hoopt dat zijn kracht in dat andere gereedschap ligt. Een bestseller-acteur, in een industrie die deels op zijn gat ligt? Zij heeft de grootverdieners in haar portefeuille. Zij zoekt en ontwikkelt talent. Bijna niemand kent haar, terwijl ze de beste in haar vak is.
Ze hijgt door de inspanning van de dans en zucht door haar gedachtegang. Werk is nooit weg. Als alles kan, wat zou je dan gedurende een week doen? Weg van werk, dat is wat ze wil. Hoe ze dat moet doen? Die vraag houdt haar al zeker een jaar bezig. Ze boekt weken vrij en zoekt het antwoord. Tot nu toe vindt ze alleen nieuw talent.
Bezweet loopt ze na het ritueel naar de workshopruimte, Bas in haar kielzog. Mannen… Hij ademt in om iets tegen haar te zeggen. Ze legt haar vinger op zijn mond en kijkt hem aan. Ze keren om en lopen naar haar kamer. Tien minuten, gebaart zij. Hij knikt verlekkerd en verlangt naar de daad. Zij wil op tijd zijn voor de les en verlangt naar antwoorden.
Bas blijkt geschikt voor het softere werk. Mooi symmetrisch lijf, fatsoenlijke pik, normale zak. Hij neukt overzichtelijk, wat prettig is voor de minder geoefende kijkers. Een goede aanvulling op haar stal. Ze schrikt als hij keihard schreeuwend klaarkomt. Een condoom kan wel worden weggewerkt, maar oordopjes bij zijn tegenspeelsters, dat wordt lastig. Iets aan de stembandjes laten doen, pas dan kan hij een echt grote jongen worden in haar wereld. Fijn ook dat iedereen door zijn schreeuw op de hoogte is van de activiteiten in haar kamer. Ach, ze verzint er wel wat op. ‘We waren nog even een essentiële scène in zijn boek aan het oefenen.’ Hij houdt zich meer dan keurig aan de tijd. Nog een pluspunt.
Thea is erg tevreden over haar vakmanschap maar loopt onbevredigd naar het klaslokaal. Halverwege de gang wordt ze een kamer in getrokken. Voordat haar ogen gewend zijn aan het donker heeft ze een blinddoek om. Een honingzoete zachte stem fleemt: ‘Zouden we Bas niet eens delen?’ Thea houdt niet meer van delen. Ze heeft teveel goedbedoelde maar oh zo saaie trio’s op haar naam staan. ‘Commercieel, bedoel ik. Voordat je ideeën krijgt.’ Thea lacht. Ze kan geen enkele reden bedenken waarom zij haar vondst met iemand zou delen. ‘Ik heb het antwoord, waarnaar jij zoekt. Dat is de reden om ja te zeggen tegen mijn voorstel.’ Kan de onbekende stem gedachten lezen? En wacht eens, is die stem wel zo onbekend? ‘Denk er goed over na. Ik geef je maar één kans op een antwoord.’ De deur gaat open en Thea wordt de gang op geduwd. Nog steeds op tijd voor de les, ziet ze. De blinddoek houdt ze, altijd handig.
Lerares Suzie komt binnengerend. Een prachtige sexy vrouw. Wat lijken we toch op elkaar, denkt Thea. Ze bekijkt haar wederom van top tot teen. Men zou hen makkelijk voor zussen kunnen aanzien. Zelfs voor tweelingzussen. De gelijkenis is haast eng. Heeft ieder mens inderdaad een dubbelganger?
De lerares brengt de groep de beginselen van het schrijven van een goede erotische scène bij. Uitgebreid krijgt iedereen de tijd om de oefeningen voor te lezen. Magie ontstaat op papier en de gevolgen laten zich raden. Rode oortjes en veel hilariteit. Thea doet alsof ze fantasie heeft en vertelt ondertussen uit eigen praktijk. Geheid scoren. Suzie kijkt haar peilend aan. Ze lijkt te verdrinken in die verhalen. In haar ogen ligt een diep verlangen. Thea vangt deze blik. Ze maakt haar zin niet af. Ze herkent ineens wat ze eerder had kunnen herkennen. Ze heeft geen geduld en antwoordt: ‘Ja, we delen.’ Ze staat op en loopt het lokaal uit.
Langzaam dringt de vraag van Suzie echt tot haar door. Het gaat helemaal niet over delen. Dat is slechts een gemakkelijk aanknopingspunt.
‘Thea, kom terug. De les is bijna afgelopen, daarna moeten we praten.’ Er klinkt iets gevaarlijks door in deze mededeling. Thea laat zich hierdoor verleiden. Ze houdt van gevaar.
‘Luister naar de echte deal. Binnenkort moet ik een week op promotie voor mijn nieuwe boek. Stomvervelend werk. Smachtende fans, optredens voor zalen, ik vind het echt verschrikkelijk. Bloednerveus word ik er van. Ik heb geen zin in een week hotels, zonder mijn man, zonder mijn kinderen. Sterker nog, ik ben bang. Ik wil niet ten ondergaan aan de randverschijnselen van het schrijverschap.’
‘Uhm.’ Thea probeert de woordenstroom van Suzie te onderbreken. ‘Je wilt dat ik een week doe of ik jou ben. Prima, maar wat heeft dat met Bas te maken? Waarom moet ik jou betalen omdat jij iets van mij wilt?’
‘Als je goed in mijn huid kruipt, zal je vergeten wie je bent geworden. Je vergeet je werk. Paradoxaal genoeg krijg je daarmee je leven terug. Je herinnert je wie je was. Je krijgt meer dan je geeft. En ik kan de gedeelde opbrengsten van Bas goed gebruiken voor een studiefonds. Zo eenvoudig is het ook wel weer.’